Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 oktober 2002

Alinea 53 Parket bij de Hoge Raad 4 oktober 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 oktober 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE4551.

2.14 In de schriftelijke toelichting wordt gesteld (3f) dat [eiser] zich kwetsbaar heeft opgesteld, in de verwachting dat de rechter een redelijk vonnis zou wijzen. Wat er van de motieven van [eiser] voor zijn processuele opstelling ook zij, het procesrecht is in de kern gebaseerd op een strijdmodel, waaraan niet afdoet dat beide partijen binnen de grenzen van redelijkheid ook met elkaars processuele belangen rekening dienen te houden. Dat strijdmodel impliceert dat zij - bijgestaan door een rechtsgeleerd raadsman - zelf voor hun eigen belangen opkomen. Dit betekent o.m. dat de partij die niet met een rechterlijk vonnis tevreden is, specifiek en gemotiveerd dient aan te geven in hoeverre dat het geval is en op welke gronden. Gezien de extreem lange duur van deze procedure moet dit ook [eiser] aanspreken, omdat deze eis onder meer erop is gericht om de efficiency van de procedure te verhogen en deze te versnellen. Daarom kan hij wellicht enig begrip ervoor opbrengen dat aan de onder 2.1 van deze conclusie aangehaalde opmerking redelijkerwijs niet de betekenis kan worden toegekend van een afzonderlijke grief, die de grieven 5 en 8-10 doubleerde.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3d28cb63fce1e2176376ad9b744b12b5fd081269dfae2b195bb1f9f1971e8b4c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3d28cb63fce1e2176376ad9b744b12b5fd081269dfae2b195bb1f9f1971e8b4c, en de alinea staat in dat document op bytes 23018 tot 24192.