Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 oktober 2002

Alinea 55 Parket bij de Hoge Raad 4 oktober 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 oktober 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE4551.

(Onbedoeld) misleidend is de tegenstelling die onder 11b en 11c van de schriftelijke toelichting wordt gemaakt tussen, wat aldaar wordt genoemd, 'minimale naleving' en 'maximale naleving' van arrest van de Hoge Raad van 2 oktober 1998. Uiteraard dient de rechter na cassatie het verwijzende arrest van de Hoge Raad ten uitvoer te leggen, maar het is - zo leert de Hoge Raad zelf: zie het onder 2.3 van deze conclusie aangehaalde arrest - een vraag van uitleg wát in het verwijzende arrest precies is beslist. Het is niet waar, zoals onder 12a van de schriftelijke toelichting wordt gesteld, dat "het hof Arnhem koos voor de minimale naleving": het hof heeft precies gedaan wat het had behoren te doen. Aan de inmiddels versmalde kaders van wat nog te beslissen viel, was (de raadsman van) [eiser] mede debet.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3d28cb63fce1e2176376ad9b744b12b5fd081269dfae2b195bb1f9f1971e8b4c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3d28cb63fce1e2176376ad9b744b12b5fd081269dfae2b195bb1f9f1971e8b4c, en de alinea staat in dat document op bytes 24730 tot 25552.