Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 juli 2002

Alinea 331 Parket bij de Hoge Raad 2 juli 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 juli 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE4767.

6.18. De laatste en vierde grond voor 's hofs eindbeslissing (het openstaan van de microfoons) is volgens het hof "per ongeluk" gebeurd. In cassatie dient er derhalve van te worden uitgegaan dat het OM aan dit incident geen schuld heeft gehad. Blijkens zijn overwegingen is het hof kennelijk van oordeel dat dit incident gelet op de zeer ernstige gevolgen voor verdachte, desondanks ten laste van het OM dienen te komen. Deze redenering is onbegrijpelijk. Via het Zwolsmancriterium noch via de Karmantoets kan een gebeurtenis die volstrekt niet aan het OM kan worden toegerekend (mede) de grondslag vormen voor het uitspreken van de niet-ontvankelijkheid van het OM. Er bestaan inderdaad wel wettelijke niet-ontvankelijkheidsgronden die buiten de beheersing van het OM vallen, bijvoorbeeld art. 69 Sr, maar het hof heeft zich kennelijk gebaseerd op enigerlei schending van een beginsel van behoorlijk strafproces. Voorzover het hof de Karman-maatstaf heeft willen bezigen, heeft het tevens miskend dat dit alleen van toepassing is als sprake is van een handelswijze in strijd met de grondslagen van het strafproces die het wettelijk systeem in de kern raakt.(102) Van een dergelijk geval is hier geen sprake.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1cf842256ceccc596936bb17e69fc175266c3d16cc934a5881accf18c6ea3c0a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1cf842256ceccc596936bb17e69fc175266c3d16cc934a5881accf18c6ea3c0a, en de alinea staat in dat document op bytes 130786 tot 132008.