Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 juli 2002
Alinea 369 Parket bij de Hoge Raad 2 juli 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 juli 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE4767.
7.7. Tenslotte is mij niet kunnen blijken dat het hof nader onderzoek heeft gedaan naar de omstandigheden waaronder de mededelingen aan het College, de Minister en de commissie Kalsbeek zijn gedaan. Het lijkt mij, in de veronderstelde optiek van het hof, toch van belang om te weten of, en zoja welke, afspraken zijn gemaakt over het doorgeven van de inlichtingen betreffende de overeenkomst met het oog op de wenselijkheid het nadeel voor [verdachte] zoveel mogelijk te beperken. Zonder nadere motivering is 's hofs beslissing dat (onder meer) het naar buiten komen van de overeenkomst tot niet-ontvankelijkheid van het OM dient te leiden, dan ook onbegrijpelijk. Anders dan de stellers van de tegenspraak doen voorkomen(106) kan de vaststelling van het hof op dit punt in cassatie wel op begrijpelijkheid worden onderzocht.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1cf842256ceccc596936bb17e69fc175266c3d16cc934a5881accf18c6ea3c0a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1cf842256ceccc596936bb17e69fc175266c3d16cc934a5881accf18c6ea3c0a, en de alinea staat in dat document op bytes 147436 tot 148274.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/1cf842256ceccc596936bb17e69fc175266c3d16cc934a5881accf18c6ea3c0a | shasum -a 256