Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 juli 2002

Alinea 80 Parket bij de Hoge Raad 12 juli 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 juli 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE5130.

14) Onderdeel 3 is met een rechts- en een motiveringsklacht gericht tegen r.o. 5.3, waarin de rechtbank Co-op niet ontvankelijk heeft verklaard in haar reconventionele vordering, voor zover deze berust op art. 7A:1635a lid 1 BW, op grond dat Co-op de vordering bij dagvaarding kan instellen in een aparte procedure nadat de huurovereenkomst is beëindigd. Aangevoerd wordt dat de procedure op grond van art. 7A:1635a BW evenals de procedure op grond van art. 7A:1628 resp. art. 7A:1631 een dagvaardingsprocedure is, zodat de aard van de procedure niet in de weg staat aan behandeling van beide vorderingen in dezelfde procedure. Daarnaast wordt aangevoerd dat noch de tekst van art. 7A:1635a noch redenen van proceseconomie en -efficiëntie dwingen tot afzonderlijke behandeling van de vordering tot beëindiging van de huurovereenkomst en de vordering tot betaling van een naar billijkheid te berekenen vergoeding. Bovendien zou gezamenlijke behandeling in de rede liggen omdat art. 7A:1635a mede beoogt het aantal opzeggingen op grond van dringend eigen gebruik te remmen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8bbd3fe774ee5664159c32dd628befb7a9c0be3e7183207cc072704b9542f9a2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8bbd3fe774ee5664159c32dd628befb7a9c0be3e7183207cc072704b9542f9a2, en de alinea staat in dat document op bytes 40163 tot 41250.