Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 oktober 2002

Alinea 178 Parket bij de Hoge Raad 18 oktober 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 oktober 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE5152.

5.8. Het komt mij voor dat [eiser] na gegrondbevinding van onderdeel 3, belang bij dit vierde onderdeel mist. Overigens mist onderdeel 4 feitelijke grondslag. De vorderingen van de Woningstichtingen waren primair juist niét gebaseerd op onrechtmatige daad (art. 6:162 BW) maar op regres op basis van de ampel besproken bepalingen van de CSV en de Invorderingswet 1990. De subsidiaire vorderingen, gebaseerd op art. 6:162 BW zijn door de rechtbank afgewezen, en zijn bij het hof niet aan de orde gekomen, nu het hof aansprakelijkheid van [eiser] heeft aangenomen op basis van hetgeen de Woningstichtingen primair aan haar vorderingen ten grondslag hadden gelegd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d01b24acb6461e80e2bda3936ba20e07ff9ca94da6d327a9a88681a764d066ab. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d01b24acb6461e80e2bda3936ba20e07ff9ca94da6d327a9a88681a764d066ab, en de alinea staat in dat document op bytes 53799 tot 54475.