Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 oktober 2002
Alinea 33 Parket bij de Hoge Raad 18 oktober 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 oktober 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE5161.
Illustratief is ook HR 10 juni 1994, NJ 1994, 766 m.nt. Ma. In rov. 3.4 van dat arrest wordt een ruimer geformuleerde maatstaf, namelijk: dat de bestuurder willens en wetens de geenszins denkbeeldige kans heeft aanvaard dat de vennootschap in gebreke zou blijven, afgewezen. Als de juiste maatstaf wordt daarentegen aangewezen, dat de bestuurder bij het aangaan van de overeenkomst wist of redelijkerwijs behoorde te begrijpen dat de vennootschap niet (naar behoren) aan haar verplichtingen zou kunnen voldoen en (ook) geen verhaal zou bieden voor de schade - de maatstaf die ik hiervóór in alinea 11 iets omslachtiger onder woorden bracht.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f4770398854a7ac7b85618769331c9ba48645d5c150cb85866d20abfbf12ca37. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f4770398854a7ac7b85618769331c9ba48645d5c150cb85866d20abfbf12ca37, en de alinea staat in dat document op bytes 13457 tot 14113.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f4770398854a7ac7b85618769331c9ba48645d5c150cb85866d20abfbf12ca37 | shasum -a 256