Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 oktober 2002
Alinea 71 Parket bij de Hoge Raad 18 oktober 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 oktober 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE5161.
25. In deze overwegingen van het hof wordt enigszins ruimhartig met de stellingen van partijen omgesprongen(26); maar daarover wordt in cassatie niet geklaagd. De klacht is, dat het hof aan het hoger besproken betoog van Uniekaas en aan het bewijsaanbod terzake voorbij is gegaan. Als men de beslissing van het hof zo begrijpt als ik hiervóór aangaf, is dat dus niet het geval: het hof heeft, uitgaande van de juistheid van de onderhavige stellingen van Uniekaas, uiteengezet waarom er desondanks onvoldoende grond was (gesteld) om de conclusie te dragen dat [verweerder] zich van "valse voorwendsels" had bediend. Bewijs van wat Uniekaas in dit verband gesteld had, was bij die benadering niet terzake dienend.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f4770398854a7ac7b85618769331c9ba48645d5c150cb85866d20abfbf12ca37. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f4770398854a7ac7b85618769331c9ba48645d5c150cb85866d20abfbf12ca37, en de alinea staat in dat document op bytes 34584 tot 35310.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f4770398854a7ac7b85618769331c9ba48645d5c150cb85866d20abfbf12ca37 | shasum -a 256