Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 december 2002

Alinea 73 Parket bij de Hoge Raad 6 december 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 december 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE5299.

7.8 Het Hof heeft overwogen dat de lening niet ertoe strekte bij te dragen aan de financiering van de onderneming van de belanghebbende. De belanghebbende voert aan dat die omstandigheid niets zegt over de noodzakelijkheid van de lening. In de schriftelijke toelichting voor de Hoge Raad (punt 10) betoogt zij voorts dat uit de gedingstukken blijkt dat het aangaan van een lening wel noodzakelijk was, omdat de belanghebbende net was opgericht en niet beschikte over eigen middelen, en met de reorganisatie werd beoogd "dat de L en K vennootschappen niet dezelfde (onmiddellijke) aandeelhouder zouden hebben". Zij betoogt voorts (punt 11) dat onbegrijpelijk is 's Hofs overweging dat de lening niet strekte tot financiering van de onderneming, nu de transacties in casu reële betekenis hadden. De belanghebbende voert daartoe aan dat de overdracht van de aandelen tegen schuldigerkenning een wijziging heeft gebracht in het belang van de oorspronkelijke "(onmiddellijke)" aandeelhouders, dat de lening in 5 jaar is afgelost, en dat de extern optredende feitelijke leiding van B BV en de belanghebbende bestond uit verschillende personen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2186c74b6f5b71d14ad2ba320dd0d0578e92455bae985acf89292673fcec2f57. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2186c74b6f5b71d14ad2ba320dd0d0578e92455bae985acf89292673fcec2f57, en de alinea staat in dat document op bytes 35025 tot 36176.