Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 december 2002

Alinea 33 Parket bij de Hoge Raad 20 december 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 december 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE5300.

3.4 Het Hof heeft een karakterisering van de fiscale eenheid in de vennootschapsbelasting gegeven en overwogen dat inherent aan dat karakter is dat onderlinge schuldverhoudingen en daaruit voortvloeiende rentebetalingen voor de heffing van de vennootschapsbelasting non-existent zijn (r.o. 6.1). Het heeft voorts overwogen dat bij feitelijke verplaatsing naar een andere Mogendheid van de moedervennootschap van een fiscale eenheid, die moedervennootschap op grond van haar rechtsvorm binnenlands belastingplichtig blijft ex art. 2, lid 4, Wet Vpb 1969, maar dat die belastingplicht beperkt is doordat de onderdelen van het inkomen die ingevolge een Verdrag ter voorkoming van dubbele belasting - de BRK daaronder begrepen - slechts door de andere Mogendheid mogen worden belast, niet tot de in Nederland te belasten winst worden gerekend (r.o. 6.2).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/48afd34447ce9ac740b388507154066c132eceba300c9a7a9f075341c295ebc9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 48afd34447ce9ac740b388507154066c132eceba300c9a7a9f075341c295ebc9, en de alinea staat in dat document op bytes 12280 tot 13144.