Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 december 2002

Alinea 72 Parket bij de Hoge Raad 20 december 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 december 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE5300.

6.11 Voor verdragstoepassing rijst alsdan de vraag of de gevoegde dochter naast de eenheid "inwoner" kan zijn. Voor BRK-toepassing rijst de vraag of de gevoegde dochter naast de moeder "inwoner" kan zijn. Dit is de vraag naar de doorwerking van art. 15 Wet Vpb. naar de toepassing van de BRK c.q. een belastingverdrag. Uitgangspunt bij de beantwoording van die vraag moet bij verdragen zijn dat de rechter binnen Nederland geldende wettelijk voorschriften (zoals art. 15 Wet Vpb.) slechts buiten toepassing kan laten indien hun toepassing onverenigbaar is met rechtstreeks werkende verdragsbepalingen, en dat hij in een Koninkrijkssituatie slechts een formele landswet (zoals art. 15 Wet Vpb.) buiten toepassing kan laten indien deze onverenigbaar is met een formele Rijkswet die op grond van enige voorrangsregel (zoals de specialisregel) ingeval van conflict vóórgaat op die formele landswet.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/48afd34447ce9ac740b388507154066c132eceba300c9a7a9f075341c295ebc9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 48afd34447ce9ac740b388507154066c132eceba300c9a7a9f075341c295ebc9, en de alinea staat in dat document op bytes 30117 tot 31026.