Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 juli 2002

Alinea 110 Parket bij de Hoge Raad 12 juli 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 juli 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE5572.

3.1.7. Anders dan het middel primair betoogt, wordt de in evenvermelde arresten Staat/Matser en Staat/Markus geformuleerde uitzondering op de regel dat de bestemming van invloed is op de waarde van het onteigende, niet door deze wijziging van de Onteigeningswet ten grave gedragen. In tegendeel zou ik zeggen, zij heeft juist - duidelijker dan voorheen - in de nieuwe Onteigeningswet haar neerslag gekregen. De regel dat het bestemmingsplan een omstandigheid is waarbij bij het bepalen van de werkelijke waarde rekening moet worden gehouden, volgt uit het tweede lid van art. 40b nieuw en de regel dat dat niet geldt voor een concreet plan voor het werk waarvoor onteigend wordt, volgt uit art. 40c, sub 3 nieuw. In art. 40e nieuw is neergelegd de regel dat voor zover het rekening houden met het bestemmingsplan tot onredelijke resultaten leidt, deze uitwassen (al dan niet geheel) weggenomen moeten worden. Deze laatste regel is een weerslag van de regel van onteigeningsrecht dat een onteigende in beginsel in een gelijke vermogens- en inkomenspositie moet blijven en dat hij er dus door de onteigening niet slechter, maar ook niet beter op mag worden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ef8e8678230d7926d0caeb52756b68b3343167b82e061010babfba252b7fb0fc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ef8e8678230d7926d0caeb52756b68b3343167b82e061010babfba252b7fb0fc, en de alinea staat in dat document op bytes 35078 tot 36246.