Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 juli 2002

Alinea 73 Parket bij de Hoge Raad 12 juli 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 juli 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE5578.

4.8 De vraag is nu of NS dat aanbod gestand heeft gedaan. NS heeft niet gesteld dat het aanbod is verworpen of door haar begrepen mocht worden verworpen te zijn (art. 6:221, lid 2, BW) of dat het vervallen is doordat het niet binnen een redelijke termijn is aanvaard (art. 221, lid 1, BW), maar acht zich er kennelijk niet meer aan gebonden. [eisereres tot cassatie] heeft niet op enig moment tussen het onteigeningsvonnis en het eindvonnis in rechte gesteld dat zij het aanbod van NS had aanvaard, noch dat NS haar aanbod ten onrechte niet gestand deed of ten onrechte introk. [eisereres tot cassatie] was kennelijk met NS van mening dat het aanbod - om welke reden dan ook - niet meer stond, nu haar partij-deskundige bij descente akkoord ging met een andere prijs (geen van beide partijen stelt echter dat toen een geldige overeenkomst tot stand is gekomen) en [eisereres tot cassatie] de rechtbank verzocht heeft zich uit te laten over de waarde van de vervangende gronden. Onbestreden is immers dat beide partijen de rechtbank hebben gevraagd zich uit te laten over de waarde van de compensatiegronden. Volgens [eisereres tot cassatie] berust dit alles op een vergissing, dat wil zeggen op het verkeerde been waarop zij gezet zou zijn door NS.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/914cd1dba7dea5e863a76682962a73fdc859a841449dec1a714c2e9ab903cad3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 914cd1dba7dea5e863a76682962a73fdc859a841449dec1a714c2e9ab903cad3, en de alinea staat in dat document op bytes 24503 tot 25765.