Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 november 2002

Alinea 12 Parket bij de Hoge Raad 26 november 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 november 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE5591.

Aangenomen moet worden dat de onderhavige vordering aanhangig is geworden op het moment dat zij van de zijde van de officier van justitie ter betekening aan de veroordeelde is uitgegaan; vgl. HR 7 mei 1985, NJ 1985, no. 775. In het dossier bevindt zich akte van uitreiking die kennelijk betrekking heeft op de ontnemings-vordering. Blijkens die akte is op 15 oktober 1998 voor het eerst getracht het stuk waarop die akte betrekking heeft, aan de veroordeelde uit te reiken op het adres waar hij volgens de gemeentelijke basisadministratie toen ingeschreven stond. Het hof leidt hieruit af dat de vordering uiterlijk op 15 oktober 1998 - en mitsdien binnen twee jaar na het vonnis van 30 oktober 1996 vanwege de officier van justitie is uitgegaan. Hierop stuit de stelling van de raadsman af."

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a98446f364240e082481055406190f86013871811a3ff57e0cebce4aab588ca5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a98446f364240e082481055406190f86013871811a3ff57e0cebce4aab588ca5, en de alinea staat in dat document op bytes 5830 tot 6635.