Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 november 2002
Alinea 45 Parket bij de Hoge Raad 26 november 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 november 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE5591.
14. De in het tweede middel bestreden beslissing getuigt derhalve niet van een onjuiste rechtopvatting. Dat doet zij naar mijn inzicht evenmin doordien het Hof mede art. 126e, tweede lid, Sv in zijn beoordeling heeft betrokken. Daarin is bepaald dat de Rechtbank op verzoek van degene tegen wie een strafrechtelijk financieel onderzoek wordt ingesteld zich de stukken betreffende dat onderzoek kan doen overleggen en onverwijlde of spoedige sluiting van het onderzoek kan bevelen. De bepaling zal gelezen moeten worden in samenhang met het eerste lid van art. 126e Sv, waarin de Rechtbank is opgedragen te waken tegen nodeloze vertraging van het strafrechtelijk financieel onderzoek.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a98446f364240e082481055406190f86013871811a3ff57e0cebce4aab588ca5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a98446f364240e082481055406190f86013871811a3ff57e0cebce4aab588ca5, en de alinea staat in dat document op bytes 16283 tot 16979.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a98446f364240e082481055406190f86013871811a3ff57e0cebce4aab588ca5 | shasum -a 256