Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 november 2002

Alinea 51 Parket bij de Hoge Raad 26 november 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 november 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE5591.

18. Overschrijding van de redelijke termijn behoort in ontnemingszaken, evenals in strafzaken, in de regel te leiden tot vermindering van de op te leggen sanctie, dat wil zeggen het ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel te betalen bedrag en de daaraan verbonden duur van de vervangende hechtenis. Voor niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie in een ontnemingsvordering is slechts in uitzonderlijke gevallen plaats, vgl HR NJ 2001, 307.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a98446f364240e082481055406190f86013871811a3ff57e0cebce4aab588ca5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a98446f364240e082481055406190f86013871811a3ff57e0cebce4aab588ca5, en de alinea staat in dat document op bytes 19500 tot 19979.