Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 oktober 2002
Alinea 13 Parket bij de Hoge Raad 8 oktober 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 oktober 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE5613.
4.2. De steller van het middel beroept zich op een uitlating in de memorie van antwoord, waarin de Minister schrijft dat bij 'stoffen' in het voorgestelde art. 10a Opw gedacht moet worden aan zgn. precursors die geschikt zijn voor de bereiding van heroïne en andere hard drugs.(2) Overigens is de wetsgeschiedenis bepaald karig met aanwijzingen over de inhoud van 'stoffen'. De enige plaats waar nog over 'stoffen' wordt gesproken is de memorie van toelichting. Ook op die uitleg zou de steller van het middel zich hebben kunnen beroepen. Op p. 13 spreekt de minister over het voorhanden hebben van een chemische stof die niet of nauwelijks anders kan worden toegepast dan bij de produktie van een middel vermeld op lijst I.(3)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6cd14267d70af72acc89a416127fee224cf79b4242229a29bc898af5a79b1437. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6cd14267d70af72acc89a416127fee224cf79b4242229a29bc898af5a79b1437, en de alinea staat in dat document op bytes 5736 tot 6477.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/6cd14267d70af72acc89a416127fee224cf79b4242229a29bc898af5a79b1437 | shasum -a 256