Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 oktober 2002

Alinea 40 Parket bij de Hoge Raad 15 oktober 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 oktober 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE5618.

4.5. 's Hofs oordeel dat de situatie in de onderhavige zaak geen strijd oplevert met art. 6, derde lid, sub e EVRM getuigt derhalve niet van een onjuiste rechtsopvatting en is, gelet op 's hofs feitelijke vaststelling dat de betreffende verbalisant de Turkse taal beheerste en de als bewijsmiddel 9A opgenomen verklaring van verzoeker tegen de verhorende verbalisanten "Ik begrijp u goed in de Turkse taal" niet onbegrijpelijk.(10) Daarbij neem ik in aanmerking dat, nu het proces-verbaal van de terechtzitting van het hof niets inhoudt waaruit het tegendeel kan volgen, moet worden aangenomen dat door of namens verdachte ter terechtzitting niets is aangevoerd wat aanleiding zou kunnen geven tot twijfel over de vraag of de processen-verbaal van het opsporingsonderzoek een juiste weergave inhouden van de in de Turkse taal afgelegde verklaringen.(11)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ec0fb8782f8d6c0579d252a3a093e1461e1abdda87e94782a7964e0475326b9e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ec0fb8782f8d6c0579d252a3a093e1461e1abdda87e94782a7964e0475326b9e, en de alinea staat in dat document op bytes 18070 tot 18936.