Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 oktober 2002

Alinea 23 Parket bij de Hoge Raad 8 oktober 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 oktober 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE5651.

Voor zover het betoog van de raadsman ertoe strekt dat op grond van bewijsmiddelen, in de wettelijke vorm, vastgesteld moet kunnen worden op welke wijze de door verdachte en zijn medeverdachten gewisselde geldbedragen verband houden met nauwkeurig aan te duiden feiten, en dat de bestanddelen van die misdrijven vervuld zijn geraakt, vindt geen steun in het recht.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8af306dfdba4984a88a92c4f37bb518b83df23a7a23f73d6aa9c311c7117140c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8af306dfdba4984a88a92c4f37bb518b83df23a7a23f73d6aa9c311c7117140c, en de alinea staat in dat document op bytes 8944 tot 9321.