Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 oktober 2002
Alinea 30 Parket bij de Hoge Raad 8 oktober 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 oktober 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE5651.
3.5. De RCID informatie, de huiszoekingsresultaten, de afgeluisterde telefoongesprekken en de vermelding dat [betrokkene 4] en [betrokkene 3] in 1997 zijn aangehouden ter zake van drugshandel zijn alle elementen in het bewijs van het feit dat de ongewisselde geldbedragen drugsgelden waren. De mededeling van de Advocaat-Generaal dat het appèl in de strafzaken tegen [betrokkene 4] en [betrokkene 3] nog liep heeft het hof klaarblijkelijk relevant geacht en dat wekt geen bevreemding. Die mededeling houdt immers in dat beiden in ieder geval niet onherroepelijk zijn vrijgesproken van het hun tenlastegelegde. Zo een vrijspraak zou in de zaak tegen verzoeker en zijn mededaders toch van invloed kunnen zijn. De mededeling van de Advocaat-Generaal is natuurlijk niet door het hof opgevat als een bewijsmiddel als waarvan art. 338 Sv rept. Het is echter wel een voorval ter terechtzitting waarvan het hof kennis heeft genomen en dat het hof bij zijn beraadslagingen heeft kunnen betrekken. Voorzover het middel erover klaagt dat het hof op deze mededeling geen acht had mogen slaan, faalt het dus.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8af306dfdba4984a88a92c4f37bb518b83df23a7a23f73d6aa9c311c7117140c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8af306dfdba4984a88a92c4f37bb518b83df23a7a23f73d6aa9c311c7117140c, en de alinea staat in dat document op bytes 12616 tot 13725.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8af306dfdba4984a88a92c4f37bb518b83df23a7a23f73d6aa9c311c7117140c | shasum -a 256