Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 oktober 2002
Alinea 47 Parket bij de Hoge Raad 8 oktober 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 oktober 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE5651.
6.2. Het middel is terecht voorgesteld. De bewijsmiddelen houden niets in waaruit blijkt dat verzoeker wist dat [betrokkene 1] en consorten geen toestemming hadden om een wisselkantoor te runnen en dat hij dus in strijd met de waarheid anders verklaarde. Weliswaar dient de bewijsvoering op grond van hetgeen ik bij de behandeling van het eerste middel heb overwogen verbeterd te worden gelezen met toevoeging van twee geschriften waaruit volgt dat er geen toestemming van de Nederlandse Bank was, maar daarmee is nog niet gezegd dat verzoeker van het ontbreken van die toestemming op de hoogte was. Zulks is niet strijdig met hetgeen hiervoor is opgemerkt over het eerste middel, omdat het opzet van de dader van het misdrijf van art. 140 Sr niet zo concreet moet zijn als het opzet van de dader van het misdrijf van art. 225 Sr.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8af306dfdba4984a88a92c4f37bb518b83df23a7a23f73d6aa9c311c7117140c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8af306dfdba4984a88a92c4f37bb518b83df23a7a23f73d6aa9c311c7117140c, en de alinea staat in dat document op bytes 22079 tot 22922.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8af306dfdba4984a88a92c4f37bb518b83df23a7a23f73d6aa9c311c7117140c | shasum -a 256