Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 oktober 2002
Alinea 52 Parket bij de Hoge Raad 8 oktober 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 oktober 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE5651.
7.3. Het hof heeft de tenlastelegging klaarblijkelijk en niet onbegrijpelijk aldus gelezen dat daarin de mogelijkheid lag besloten dat het voorhanden hebben zowel in Nederland, in België als in Groot-Brittannië is geschied. Uit de bewijsvoering is af te leiden dat het voorhanden hebben begon in Nederland en zich vervolgens voortzette naar België of Engeland, waar het geld dan werd gewisseld. De helingen strekten zich dus steeds uit over twee landen. Zij begonnen in Nederland en werden in een ander land voortgezet. Dat die helingen het patroon van een gewoonte aannamen is slechts een strafverzwarende omstandigheid waaraan in dit verband geen zelfstandige betekenis dient te worden toegekend.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8af306dfdba4984a88a92c4f37bb518b83df23a7a23f73d6aa9c311c7117140c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8af306dfdba4984a88a92c4f37bb518b83df23a7a23f73d6aa9c311c7117140c, en de alinea staat in dat document op bytes 23755 tot 24470.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8af306dfdba4984a88a92c4f37bb518b83df23a7a23f73d6aa9c311c7117140c | shasum -a 256