Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 oktober 2002

Alinea 58 Parket bij de Hoge Raad 8 oktober 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 oktober 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE5651.

Artikel 6 lid 2 EVRM stelt geen eisen aan de inhoud van de bewijsmiddelen.(10) Uit het gebruik voor het bewijs van dit proces-verbaal valt zeker niet af te leiden dat [betrokkene 4] en [betrokkene 3] volgens het hof schuldig zijn aan drugshandel zonder dat zij daarvoor wettig zijn veroordeeld. Het hof constateert slechts dat verdenking tegen hen bestaat.(11) Omdat er op geen enkele wijze tegen art. 6 lid 2 EVRM is gezondigd missen ook de opmerkingen van de steller van het middel over externe werking van de praesumptio innocentiae hun doel.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8af306dfdba4984a88a92c4f37bb518b83df23a7a23f73d6aa9c311c7117140c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8af306dfdba4984a88a92c4f37bb518b83df23a7a23f73d6aa9c311c7117140c, en de alinea staat in dat document op bytes 27413 tot 27971.