Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 oktober 2002

Alinea 60 Parket bij de Hoge Raad 8 oktober 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 oktober 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE5651.

9. De middelen 1, 2, 3, 5 en 6 falen en kunnen naar mijn smaak worden verworpen op de voet van art. 81 RO. Het vierde middel is gegrond. Ambtshalve heb ik geen gronden voor vernietiging aangetroffen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8af306dfdba4984a88a92c4f37bb518b83df23a7a23f73d6aa9c311c7117140c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8af306dfdba4984a88a92c4f37bb518b83df23a7a23f73d6aa9c311c7117140c, en de alinea staat in dat document op bytes 28046 tot 28259.