Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 oktober 2002

Alinea 103 Parket bij de Hoge Raad 8 oktober 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 oktober 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE5654.

De onderhavige situatie verschilt in zoverre van de casus die ten grondslag lag aan HR NJ 2000, 11 dat het in laatstgenoemde zaak ging om een ander soort onderzoek dan waarvoor toestemming was gegeven, namelijk een klassiek bloedonderzoek terwijl slechts toestemming was gegeven voor een DNA-onderzoek. In de onderhavige zaak heeft verzoeker toestemming gegeven voor een DNA-onderzoek. Iets anders is met het afgenomen lichaamsmateriaal niet gebeurd. Gelet op de (ruime) uitleg van art. 138a Sv behoort hiertoe immers ook het vergelijkend DNA-onderzoek zoals dat in casu heeft plaatsgevonden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2e1685d8bdd0f4d8b57e4b02ac1787da2a63905c4260da0e10a1c592772a88ea. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2e1685d8bdd0f4d8b57e4b02ac1787da2a63905c4260da0e10a1c592772a88ea, en de alinea staat in dat document op bytes 36751 tot 37356.