Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 oktober 2002

Alinea 107 Parket bij de Hoge Raad 8 oktober 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 oktober 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE5654.

3.13. Voorzover in het middel tenslotte nog wordt gesteld dat geen sprake zou zijn van een opsporingsonderzoek als bedoeld in art. 132a Sv, faalt het eveneens. Onder een opsporingsonderzoek wordt - voorzover hier relevant - verstaan een onderzoek onder leiding van een officier van justitie naar aanleiding van een redelijk vermoeden dat een strafbaar feit is begaan. Zo een vermoeden bestond er wel degelijk in zaak A. Er waren immers aangiften van de slachtoffers en bij hen aangetroffen sporen. Dat er nog geen verdachte is, wil nog niet zeggen dat geen sprake kan zijn van een opsporingsonderzoek.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2e1685d8bdd0f4d8b57e4b02ac1787da2a63905c4260da0e10a1c592772a88ea. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2e1685d8bdd0f4d8b57e4b02ac1787da2a63905c4260da0e10a1c592772a88ea, en de alinea staat in dat document op bytes 38465 tot 39080.