Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 oktober 2002

Alinea 71 Parket bij de Hoge Raad 8 oktober 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 oktober 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE5654.

In het algemeen gesproken is de opbouw van de profielenregistratie juist bedoeld om onopgehelderde misdrijven tot klaarheid te brengen. Als art. 138a Sv eng zou moeten worden uitgelegd en wel aldus dat alleen het in een bepaalde zaak aangetroffen sporenmateriaal wordt vergeleken met het profiel van een in die ene zaak bekende verdachte zou art. 195a lid 5 Sv geen zin hebben. Zo een enge uitleg zou betekenen dat - om in deze casus te blijven - alleen materiaal uit zaak B onderling vergeleken mag worden. Zo gauw dan de uitslag van die vergelijking er is zou het DNA-onderzoek in de enge opvatting zijn voltooid. Het materiaal zou dan kunnen worden vernietigd, de profielen eveneens. Er mag niets worden bewaard. Een profielenverzameling zou zonder nut of betekenis zijn. Die opvatting is in strijd met de bedoeling van de wetgever.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2e1685d8bdd0f4d8b57e4b02ac1787da2a63905c4260da0e10a1c592772a88ea. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2e1685d8bdd0f4d8b57e4b02ac1787da2a63905c4260da0e10a1c592772a88ea, en de alinea staat in dat document op bytes 22525 tot 23373.