Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 oktober 2002
Alinea 94 Parket bij de Hoge Raad 8 oktober 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 oktober 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE5654.
"Zelfs acht ik het, zo heb ik in hoofdstuk I, paragraaf 2 en 4 aangegeven, verantwoord om de officier van justitie de mogelijkheid te geven afname van celmateriaal te bevelen. Bij nota van wijziging is het wetsvoorstel daartoe aangepast. Een bijkomend voordeel van het inschakelen van de officier van justitie is dat de mogelijkheden om het DNA-onderzoek in het voorbereidend onderzoek te gebruiken, worden verruimd. Op die wijze wordt het mogelijk dat al in een vroeg stadium van het opsporingsonderzoek duidelijk wordt of de verdachte terecht als zodanig is aangemerkt, hetgeen naar mijn mening ook in het belang van de verdachte kan zijn. Bovendien kunnen eerder dan thans het geval is door vergelijking van het verkregen DNA-profiel met de in de DNA-databank opgeslagen DNA-profielen onopgeloste zaken worden opgehelderd. Dat past in het streven van het kabinet om de criminaliteit terug te dringen en de rechtshandhaving te bevorderen."(11)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2e1685d8bdd0f4d8b57e4b02ac1787da2a63905c4260da0e10a1c592772a88ea. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2e1685d8bdd0f4d8b57e4b02ac1787da2a63905c4260da0e10a1c592772a88ea, en de alinea staat in dat document op bytes 32064 tot 33026.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2e1685d8bdd0f4d8b57e4b02ac1787da2a63905c4260da0e10a1c592772a88ea | shasum -a 256