Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 oktober 2002

Alinea 96 Parket bij de Hoge Raad 8 oktober 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 oktober 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE5654.

3.8. Mul is kritisch over de - door hem 'modaliteit 5' genoemde - mogelijkheid om een profiel van een verdachte, in de ene zaak gemaakt, ook los te laten op andere, onopgeloste zaken. (12) Hij is van oordeel dat een vergelijking van DNA-profielen in feite "op goed geluk" plaatsvindt omdat in die onopgeloste zaken er nog geen verdachte is en degene wiens profiel naast de sporenprofielen van die oude zaken wordt gelegd in die zaken ook geen verdachte is. Dat zou een aantasting van de privacy zijn. Dat bezwaar deel ik niet. Ik verwijs in dit verband naar de vergelijking die de minister tijdens de behandeling van het eerste DNA-wetsvoorstel maakte met de behandeling van vingerafdrukken:(13)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2e1685d8bdd0f4d8b57e4b02ac1787da2a63905c4260da0e10a1c592772a88ea. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2e1685d8bdd0f4d8b57e4b02ac1787da2a63905c4260da0e10a1c592772a88ea, en de alinea staat in dat document op bytes 33401 tot 34109.