Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 oktober 2002

Alinea 28 Parket bij de Hoge Raad 1 oktober 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 oktober 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE5674.

Daarbij gaat het niet louter om stukken die op de bewijsbeslissing betrekking kunnen hebben, maar ook om stukken die voor de vragen van art. 348 Sv en de overige vragen van art. 350 Sv van belang kunnen zijn. Het oordeel van de feitenrechter betreffende de relevantie van zulke, met het oog op andere strafzaken opgestelde, stukken kan in cassatie slechts op zijn begrijpelijkheid worden getoetst, HR NJ 1998, 133.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4195bda297b5e3aed2c72315acbd56a5cd9ba65999e5a190b35bd5ae617bcc43. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4195bda297b5e3aed2c72315acbd56a5cd9ba65999e5a190b35bd5ae617bcc43, en de alinea staat in dat document op bytes 14288 tot 14716.