Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 oktober 2002
Alinea 29 Parket bij de Hoge Raad 1 oktober 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 oktober 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE5674.
8. Daarbij voegt zich dat het Hof in de onderhavige zaak niet slechts diende te beoordelen of de processen-verbaal van de met gesloten deuren gehouden behandeling (in eerste aanleg en in hoger beoep) van de strafzaak tegen [medeverdachte] van belang kunnen zijn voor een juiste beoordeling van de strafzaak tegen verzoeker, maar daarenboven diende te beslissen of dit mogelijk belang zo zwaarwegend lijkt te zijn dat het een inbreuk rechtvaardigt op de door de Rechtbank en (een andere kamer van) het Hof gemaakte afweging tussen openbaarheid van het onderzoek ter terechtzitting - waarin reeds op zichzelf beschouwd een fundamenteel en zeer zwaarwegend belang gezien moet worden - en de in art. 269, eerste lid, Sv genoemde omstandigheden die kunnen rechtvaardigen dat de openbaarheid van de behandeling deels of tijdelijk wordt opgeheven.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4195bda297b5e3aed2c72315acbd56a5cd9ba65999e5a190b35bd5ae617bcc43. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4195bda297b5e3aed2c72315acbd56a5cd9ba65999e5a190b35bd5ae617bcc43, en de alinea staat in dat document op bytes 14754 tot 15608.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4195bda297b5e3aed2c72315acbd56a5cd9ba65999e5a190b35bd5ae617bcc43 | shasum -a 256