Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 oktober 2002
Alinea 32 Parket bij de Hoge Raad 1 oktober 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 oktober 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE5674.
10. Dat oordeel komt mij, in het licht van hetgeen aan het preliminair gevoerde verweer ten grondslag was gelegd niet onbegrijpelijk voor, te minder omdat het Hof in zijn overwegingen heeft betrokken dat het belang dat de verdediging opgaf te hebben bij kennisneming van de processen-verbaal van de besloten terechtzittingen in de zaak tegen [medeverdachte] ook op andere wijze gediend kon worden, namelijk door [medeverdachte] zelf als getuige ter terechtzitting te horen, vgl HR NJ 2000, 537.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4195bda297b5e3aed2c72315acbd56a5cd9ba65999e5a190b35bd5ae617bcc43. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4195bda297b5e3aed2c72315acbd56a5cd9ba65999e5a190b35bd5ae617bcc43, en de alinea staat in dat document op bytes 16520 tot 17029.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4195bda297b5e3aed2c72315acbd56a5cd9ba65999e5a190b35bd5ae617bcc43 | shasum -a 256