Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 oktober 2002
Alinea 35 Parket bij de Hoge Raad 1 oktober 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 oktober 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE5674.
12. In de toelichting op het middel wordt ten slotte nog gesteld dat het Hof had moeten onderzoeken of de inbreuk op de door Rechtbank en Hof geboden geachte beslotenheid van in de zaak tegen [medeverdachte] gehouden terechtzittingen tot aanvaardbare proporties beperkt zou blijven door ook in de zaak tegen verzoeker een terechtzitting met gesloten deuren te houden en in die beslotenheid ter sprake te brengen wat er in de zaak tegen [medeverdachte] achter gesloten deuren is verhandeld. Die stelling kan, dunkt mij, niet worden gevolgd, reeds omdat uit het proces-verbaal van de op 15 mei 2001 gehouden terechtzitting en de aldaar overgelegde, bij de stukken gevoegde, aantekeningen waarin het (verzoek en) preliminair verweer zijn neergelegd niet is af te leiden dat die mogelijkheid reeds toen door de verdediging is gesuggereerd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4195bda297b5e3aed2c72315acbd56a5cd9ba65999e5a190b35bd5ae617bcc43. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4195bda297b5e3aed2c72315acbd56a5cd9ba65999e5a190b35bd5ae617bcc43, en de alinea staat in dat document op bytes 18605 tot 19453.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4195bda297b5e3aed2c72315acbd56a5cd9ba65999e5a190b35bd5ae617bcc43 | shasum -a 256