Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 oktober 2002

Alinea 43 Parket bij de Hoge Raad 1 oktober 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 oktober 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE5674.

16. Mij lijkt 's Hofs oordeel dat die omstandigheden niet de naar objectieve maatstaven gerechtvaardigde vrees voor bij de rechter bestaande vooringenomenheid kunnen opleveren niet onbegrijpelijk. De omstandigheid dat die rechter ook, in niet-gevoegde zaken, over medeverdachten oordeelt kan niet de zwaarwegende aanwijzing vormen dat de rechter zo een vooringenomenheid koestert, althans de verdachte daar een objectief gerechtvaardigde vrees voor kan koesteren, vgl. onder meer HR NJ 1992, 676.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4195bda297b5e3aed2c72315acbd56a5cd9ba65999e5a190b35bd5ae617bcc43. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4195bda297b5e3aed2c72315acbd56a5cd9ba65999e5a190b35bd5ae617bcc43, en de alinea staat in dat document op bytes 22217 tot 22727.