Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 oktober 2002
Alinea 44 Parket bij de Hoge Raad 1 oktober 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 oktober 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE5674.
17. De omstandigheid dat de Rechtbank in de zaak tegen [medeverdachte] van méér onderdelen van een gelijkluidende tenlastelegging zou hebben vrijgesproken kan niet wijzen op een gebrek aan onpartijdigheid of bijdragen aan een naar objectieve maatstaven gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid, aangezien het er voor gehouden zal moeten worden dat die beslissing volledig berustte op een waardering van hetgeen naar het oordeel van de Rechtbank in de zaak tegen [medeverdachte] tot bewijs kon dienen, hetgeen niet noodzakelijk verband houdt met de waardering van hetgeen in de zaak tegen verzoeker als bewijsmateriaal voorhanden was. Vanzelfsprekend wekt het opleggen van een lagere straf ter zake van een minder omvattende bewezenverklaring al helemaal geen enkele verwondering.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4195bda297b5e3aed2c72315acbd56a5cd9ba65999e5a190b35bd5ae617bcc43. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4195bda297b5e3aed2c72315acbd56a5cd9ba65999e5a190b35bd5ae617bcc43, en de alinea staat in dat document op bytes 22747 tot 23548.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4195bda297b5e3aed2c72315acbd56a5cd9ba65999e5a190b35bd5ae617bcc43 | shasum -a 256