Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 oktober 2002

Alinea 48 Parket bij de Hoge Raad 1 oktober 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 oktober 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE5674.

19. De omstandigheid dat de zaak tegen [medeverdachte] in eerste aanleg gedeeltelijk achter gesloten deuren is behandeld, en de raadsman van verzoeker niet is toegestaan kennis te nemen van hetgeen in die strafzaak in beslotenheid is verhandeld, kan naar mijn inzicht evenmin wijzen op een gebrek aan onpartijdigheid of grond geven voor objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid. In de toelichting op het middel wordt gesteld dat de mééromvattende vrijspraak en de lagere strafoplegging in de zaak tegen [medeverdachte] doen vermoeden dat de verklaringen die [medeverdachte] achter gesloten deuren heeft afgelegd invloed hebben gehad op de waardering van de (betrouwbaarheid van) de diverse bewijsmiddelen, waaronder verklaringen van verzoeker.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4195bda297b5e3aed2c72315acbd56a5cd9ba65999e5a190b35bd5ae617bcc43. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4195bda297b5e3aed2c72315acbd56a5cd9ba65999e5a190b35bd5ae617bcc43, en de alinea staat in dat document op bytes 24838 tot 25612.