Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 oktober 2002
Alinea 53 Parket bij de Hoge Raad 1 oktober 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 oktober 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE5674.
22. Ten onrechte leiden de stellers van het middel uit hetgeen ter terechtzitting in hoger beroep van 30 oktober 2000 is overwogen af dat het Hof (in de samenstelling waarin het tot dan toe van de zaak had kennisgenomen) daarmee bevestigde dat vrees voor vooringenomenheid van de Rechtbank objectief gerechtvaardigd is geweest. Gedoeld wordt op de overwegingen dat het Hof begrip kon opbrengen voor de door de verdediging geuite ongerustheid dat de 'besloten stukken' betreffende de zaak tegen [medeverdachte] een rol zouden kunnen spelen in de zaken tegen de andere verdachten, hetgeen het Hof er toe bracht de behandeling van de zaak tegen verzoeker (en een andere verdachte aan een andere kamer over te dragen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4195bda297b5e3aed2c72315acbd56a5cd9ba65999e5a190b35bd5ae617bcc43. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4195bda297b5e3aed2c72315acbd56a5cd9ba65999e5a190b35bd5ae617bcc43, en de alinea staat in dat document op bytes 27516 tot 28242.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4195bda297b5e3aed2c72315acbd56a5cd9ba65999e5a190b35bd5ae617bcc43 | shasum -a 256