Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 oktober 2002

Alinea 75 Parket bij de Hoge Raad 1 oktober 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 oktober 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE5674.

Nu dat de enige omstandigheid was die de verdediging naar voren bracht als reden voor nietigverklaring van de behandeling ter terechtzitting in eerste aanleg, en het Hof reeds had vastgesteld dat de door de verdediging gewraakte wijze van behandeling van de strafzaken tegen [medeverdachte] en verzoeker niet meebrengt dat de Rechtbank niet als 'impartial tribunal' is aan te merken, evenmin aanleiding kon geven tot de objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid bij de Rechtbank, kon het Hof volstaan met de opmerking dat hieruit tevens voorvloeit dat niet is gebleken of aannemelijk is geworden dat zich bij de behandeling in eerste aanleg een schending van fundamentele rechtsbeginselen heeft voorgedaan die tot de door de verdediging voorgestane nietigverklaring van het onderzoek zou moeten voeren.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4195bda297b5e3aed2c72315acbd56a5cd9ba65999e5a190b35bd5ae617bcc43. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4195bda297b5e3aed2c72315acbd56a5cd9ba65999e5a190b35bd5ae617bcc43, en de alinea staat in dat document op bytes 36555 tot 37385.