Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 oktober 2002

Alinea 78 Parket bij de Hoge Raad 1 oktober 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 oktober 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE5674.

34. In het vierde middel wordt betwist dat uit de gebezigde bewijsmiddelen kan volgen dat verzoeker het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat hij in de periode van 1 juli 1999 tot en met 1 september 1999, tezamen en in vereniging met een of meer anderen voorhanden heeft gehad de wapens, onderdelen en hulpstukken daarvan, en de munitie die de politie op laatstgenoemde datum heeft aangetroffen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4195bda297b5e3aed2c72315acbd56a5cd9ba65999e5a190b35bd5ae617bcc43. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4195bda297b5e3aed2c72315acbd56a5cd9ba65999e5a190b35bd5ae617bcc43, en de alinea staat in dat document op bytes 38659 tot 39082.