Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 oktober 2002
Alinea 80 Parket bij de Hoge Raad 1 oktober 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 oktober 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE5674.
36. De stellers van het middel menen dat aan dit bewijsmiddel de betekenis moet worden toegekend dat verzoeker na het laatste bezoek van [medeverdachte] aan de woning, omstreeks 10 augustus 1999, geen zeggenschap meer had over de toegang tot de woning. De bewezenverklaring zou daarom onbegrijpelijk of onvoldoende met redenen zijn omkleed omdat het door de politie op 1 september 1999 aangetroffen arsenaal ook wapens of munitie kan omvatten die na 10 augustus in de woning zijn gebracht.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4195bda297b5e3aed2c72315acbd56a5cd9ba65999e5a190b35bd5ae617bcc43. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4195bda297b5e3aed2c72315acbd56a5cd9ba65999e5a190b35bd5ae617bcc43, en de alinea staat in dat document op bytes 39484 tot 39987.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4195bda297b5e3aed2c72315acbd56a5cd9ba65999e5a190b35bd5ae617bcc43 | shasum -a 256