Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 oktober 2002

Alinea 35 Parket bij de Hoge Raad 4 oktober 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 oktober 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE5802.

2.3 Het hof was aldus gehouden de vraag te beantwoorden of de vordering van [eiser] terecht door de rechtbank is afgewezen. De devolutieve werking van het appel brengt mee dat het hof bij beantwoording van deze vraag mede acht moest slaan op alle verweren die [verweerster] in eerste instantie had aangevoerd(7), ook al was [verweerster] in appel niet verschenen(8).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dd58e506ccba0eb901d9cc781bbb642bf8522789e4688c89e8b3305891e964d3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dd58e506ccba0eb901d9cc781bbb642bf8522789e4688c89e8b3305891e964d3, en de alinea staat in dat document op bytes 12846 tot 13226.