Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 oktober 2002

Alinea 22 Parket bij de Hoge Raad 18 oktober 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 oktober 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE5804.

3. Bij verzoekschrift van 29 november 2001 hebben de Centrale Autoriteit en de vader de Rechtbank te Rotterdam verzocht om met toepassing van art. 13 van de Uitvoeringswet betreffende (onder meer) het Haags Kinderontvoeringsverdrag (Wet van 2 mei 1990, Stb. 1990, 202, hierna: de Uitvoeringswet), uitvoerbaar bij voorraad, te bevelen dat [de zoon] en [de dochter] terugkeren naar Canada, althans dat de kinderen aan de vader worden afgegeven. Zij hebben gesteld dat het verblijf van de kinderen in Nederland ongeoorloofd is omdat dit verblijf in strijd is met de wensen van de vader, die - samen met de moeder - het ouderlijk gezag uitoefent. De moeder zou na de vakantie van drie weken met de kinderen terugkeren naar Canada, maar heeft zonder de instemming van de vader besloten met de kinderen in Nederland te blijven.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e7e45f9a0585146c85045c3c49ed5ff6eb99f5649f787cf4eb14e4d79fd9af92. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e7e45f9a0585146c85045c3c49ed5ff6eb99f5649f787cf4eb14e4d79fd9af92, en de alinea staat in dat document op bytes 7535 tot 8369.