Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 oktober 2002
Alinea 29 Parket bij de Hoge Raad 18 oktober 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 oktober 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE5804.
"In hoger beroep zijn geen feiten of omstandigheden gesteld of gebleken die tot een ander oordeel zouden moeten leiden. Met name niet hetgeen de moeder heeft aangevoerd aangaande haar stelling betreffende de wetenschap en instemming van de vader met haar voornemen om na haar vertrek naar Nederland niet naar Canada te zullen terugkeren en de kinderen bij zich te houden. De moeder heeft geen enkel feit aangevoerd waaruit de juistheid van haar stelling zou kunnen blijken, zij heeft slechts haar mening gegeven. Tegenover de uitdrukkelijke betwisting van de stelling door de vader is dat onvoldoende. (...). Naar het oordeel van het hof heeft de kinderrechter dan ook terecht het door de moeder gedane bewijsaanbod gepasseerd, nu geen feiten ten bewijze waren voorgedragen. Om diezelfde reden passeert ook het hof het gedane bewijsaanbod (...)."
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e7e45f9a0585146c85045c3c49ed5ff6eb99f5649f787cf4eb14e4d79fd9af92. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e7e45f9a0585146c85045c3c49ed5ff6eb99f5649f787cf4eb14e4d79fd9af92, en de alinea staat in dat document op bytes 12000 tot 12859.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e7e45f9a0585146c85045c3c49ed5ff6eb99f5649f787cf4eb14e4d79fd9af92 | shasum -a 256