Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 oktober 2002
Alinea 39 Parket bij de Hoge Raad 18 oktober 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 oktober 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE5804.
13. Voor zover onderdeel 1.b wil betogen dat hetgeen de moeder aan bewijsmiddelen heeft aangedragen het Hof had moeten doen besluiten dat de moeder in het bewijs van haar stellingen dat het niet doen terugkeren van de kinderen niet ongeoorloofd was in de zin van art. 3 HKOV is geslaagd, faalt het. Bewijswaardering is aan het Hof, als rechter die over de feiten oordeelt, voorbehouden en zijn oordeel dienaangaande kan op juistheid in cassatie niet worden getoetst. Voor zover het onderdeel wil betogen dat het Hof wegens bewijsnood aan de kant van de moeder op de voet van de op de eisen van redelijkheid en billijkheid gebaseerde uitzonderingsregel van art. 150 Rv tot een andere verdeling van de bewijslast had behoren te besluiten en op de vader de bewijslast had behoren te leggen van zijn stelling dat hij niet heeft toegestemd in het niet terugkeren van de kinderen, kan het evenmin doel treffen. Nog daargelaten dat het bestaan van bewijsnood op zichzelf onvoldoende grond is om de bewijslast om te keren (HR 31 oktober 1997, NJ 1998, 85), valt niet in te zien dat het bewijs van de stelling dat de vader heeft ingestemd met het niet terugkeren van de kinderen moeilijker is te leveren dan het bewijs van de stelling dat de vader zulks niet heeft gedaan.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e7e45f9a0585146c85045c3c49ed5ff6eb99f5649f787cf4eb14e4d79fd9af92. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e7e45f9a0585146c85045c3c49ed5ff6eb99f5649f787cf4eb14e4d79fd9af92, en de alinea staat in dat document op bytes 19539 tot 20816.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e7e45f9a0585146c85045c3c49ed5ff6eb99f5649f787cf4eb14e4d79fd9af92 | shasum -a 256