Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 oktober 2002

Alinea 40 Parket bij de Hoge Raad 18 oktober 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 oktober 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE5804.

14. De klacht van onderdeel 1.c mist feitelijke grondslag. Uit de bestreden beschikking blijkt niet dat het hof de opvatting zou zijn toegedaan dat de instemming van de achterblijvende ouder uitdrukkelijk moet zijn gegeven en dat impliciete instemming onvoldoende is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e7e45f9a0585146c85045c3c49ed5ff6eb99f5649f787cf4eb14e4d79fd9af92. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e7e45f9a0585146c85045c3c49ed5ff6eb99f5649f787cf4eb14e4d79fd9af92, en de alinea staat in dat document op bytes 20824 tot 21104.