Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 oktober 2002
Alinea 43 Parket bij de Hoge Raad 18 oktober 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 oktober 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE5804.
17. Een aantal van de door de moeder aangevoerde omstandigheden heeft het Hof, niet onbegrijpelijk, aangemerkt als een mening van de moeder, waarmee het Hof kennelijk bedoelt dat het hier gaat om omstandigheden die de moeder heeft opgevat als een aanwijzing dat de vader wist en ermee instemde dat de moeder de kinderen niet zou doen terugkeren, zonder dat uit deze omstandigheden, indien zij al waargemaakt zouden kunnen worden, noodzakelijk blijkt dat de vader daadwerkelijk heeft geweten en ermee heeft ingestemd dat de kinderen niet naar Canada zouden terugkeren. Het Hof heeft daarbij kennelijk het oog gehad op de door de moeder gestelde omstandigheden dat de vader voorafgaand aan het vertrek over de terugkeer van de kinderen heeft gezwegen (a); dat partijen hebben afgesproken dat aan niemand zou worden gezegd dat het niet goed ging met hun relatie (b); dat partijen hebben besproken dat de vader de waterscooter zou verkopen en van dat geld persoonlijke spullen van de moeder naar Nederland sturen (c); en dat de vader tegen [de zoon] zou hebben gezegd dat het fijn was dat [de zoon] weer in Nederland ging wonen (d). Andere door de moeder aangevoerde omstandigheden hebben uitsluitend betrekking op gedragingen en uitlatingen van anderen dan de vader, zodat niet onbegrijpelijk is dat het Hof heeft geoordeeld dat hieruit niet kan blijken dat de vader wist van of heeft ingestemd met niet doen terugkeren van de kinderen naar Canada. Het betreft de door de moeder aangevoerde omstandigheden dat de moeder op verzoek van de vader voor haar vertrek de huissleutels en autosleutels bij de vader heeft ingeleverd (e); dat de moeder na aankomst in Nederland familie en vrienden op de hoogte heeft gesteld dat zij met de vader had afgesproken dat zij en de kinderen definitief in Nederland zouden blijven (g); dat de moeder zichzelf en de kinderen 22 augustus 2002 bij de Gemeente heeft laten inschrijven (i); en dat de omgeving, waaronder de ouders van de vader, verbaasd waren dat de vader na terugkeer in Canada beweerde niet te hebben ingestemd met het verblijf van de kinderen in Nederland (n). Uit de door de moeder aangevoerde omstandigheden dat zij na 4 augustus 2001 met de vader telefoongesprekken heeft gevoerd over de school van [de zoon], alsmede over de bijstandsuitkering van de moeder en de mogelijkheid dat de sociale dienst verhaal zou nemen op de vader (f) en dat de vader vanuit Canada een verhuisbericht ten behoeve van de moeder aan VISA Nederland heeft gestuurd en zijn VISA-card aan de moeder afgegeven (h) kan, naar het Hof kennelijk en niet onbegrijpelijk heeft geoordeeld, weliswaar blijken dat de vader op een gegeven moment ervan doordrongen is geraakt dat de door de moeder gewenste echtscheiding onafwendbaar was, maar niet noodzakelijk dat hij voor het vertrek van de moeder en de kinderen naar Nederland ervan op de hoogte was en ermee heeft ingestemd dat de kinderen niet zouden terugkeren naar Canada. Daarbij heeft het Hof kennelijk mede in aanmerking genomen dat deze omstandigheden zich hebben voorgedaan toen de moeder zich al in Nederland bevond, zodat de gedragingen van de vader zich eerder laten verklaren uit de situatie die de moeder nu eenmaal in het leven had geroepen dan uit voorafgaande wetenschap van en instemming met het niet terugkeren van de kinderen naar Canada. Dit geldt evenzeer voor de door de moeder aangevoerde omstandigheden dat de vader begin september de gezamenlijke bankrekening bij de ABN heeft gewijzigd (i); dat de vader voorafgaand aan zijn vertrek naar Canada 800 dollar aan kinderbijslag op de rekening van de moeder heeft gestort (j); dat de vader met de moeder bij de (Nederlandse) school van [de zoon] heeft gestaan (k); dat de vader in september kleding voor de kinderen heeft meegenomen naar Nederland (l); en dat de vader en de moeder in Nederland over een eventuele omgangsregeling hebben gesproken (m).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e7e45f9a0585146c85045c3c49ed5ff6eb99f5649f787cf4eb14e4d79fd9af92. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e7e45f9a0585146c85045c3c49ed5ff6eb99f5649f787cf4eb14e4d79fd9af92, en de alinea staat in dat document op bytes 22824 tot 26726.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e7e45f9a0585146c85045c3c49ed5ff6eb99f5649f787cf4eb14e4d79fd9af92 | shasum -a 256