Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 oktober 2002

Alinea 48 Parket bij de Hoge Raad 18 oktober 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 oktober 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE5804.

22. De rechtsklacht faalt. De aard van de onderhavige procedure brengt mee dat de rechter niet op de voet van art. 166 lid 1 Rv verplicht is gevolg te geven aan een aanbod bewijs door getuigen te leveren (HR 14 juli 2000, NJ 2001, 451 nt. ThMdB onder 452). Ook de motiveringsklacht acht ik niet aannemelijk. 's Hofs overweging dat - kort gezegd - de moeder te weinig feiten heeft aangevoerd waaruit de juistheid van haar stelling zou kunnen blijken, vormt een toereikende en begrijpelijke motivering van zijn beslissing om de moeder niet tot getuigenbewijs toe te laten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e7e45f9a0585146c85045c3c49ed5ff6eb99f5649f787cf4eb14e4d79fd9af92. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e7e45f9a0585146c85045c3c49ed5ff6eb99f5649f787cf4eb14e4d79fd9af92, en de alinea staat in dat document op bytes 28079 tot 28663.