Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 oktober 2002
Alinea 50 Parket bij de Hoge Raad 18 oktober 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 oktober 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE5804.
24. Onderdeel 3.c mist feitelijke grondslag: uit de bestreden beschikking blijkt niet dat het Hof het aanbod van getuigenbewijs heeft afgewezen op grond van een prognose omtrent de uitkomst ervan; het Hof is aan het bewijsaanbod voorbijgegaan op grond van de overweging dat de moeder te weinig feiten heeft aangevoerd waaruit de juistheid van haar stelling kan blijken. Overigens ligt in de omstandigheid dat de rechter in een procedure als de onderhavige niet verplicht is gevolg te geven aan een aanbod van getuigenbewijs besloten dat de rechter vrij is bij zijn beslissing rekening te houden met de kans van slagen van de bewijsopdracht. De door het HKOV beoogde onmiddelijke terugkeer van het kind (art. 1 sub a en art. 11 lid 1 HKOV) mag niet worden doorkruist door een veelal tijdrovende bewijslevering door getuigen waarvan de rechter op grond van het reeds gepresenteerde bewijsmateriaal overtuigd is dat zij kansloos is.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e7e45f9a0585146c85045c3c49ed5ff6eb99f5649f787cf4eb14e4d79fd9af92. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e7e45f9a0585146c85045c3c49ed5ff6eb99f5649f787cf4eb14e4d79fd9af92, en de alinea staat in dat document op bytes 29108 tot 30051.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e7e45f9a0585146c85045c3c49ed5ff6eb99f5649f787cf4eb14e4d79fd9af92 | shasum -a 256