Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 september 2002

Alinea 28 Parket bij de Hoge Raad 24 september 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 september 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE6122.

13. Dat ook art. 264 Sv van overeenkomstige toepassing is op strafvordering ter zake van ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel past in de wetssystematiek waaruit blijkt dat de bepalingen die art. 264 Sv flankeren - te weten art. 263 Sv (de bevoegdheid door of namens de verdachte aan de officier van justitie/advocaat-generaal getuigen en deskundigen op te geven ten einde hen ter terechtzitting op te roepen) en art. 287 lid 3 onder a Sv en art. 288 lid 1 Sv (het door de Rechtbank/Hof achterwege laten van de oproeping van getuigen waarvan de oproeping door de officier van justitie is geweigerd) - van overeenkomstige toepassing zijn verklaard (art. 511b lid 4 Sv en 511d lid 1 Sv).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/294d9fd448acfe08689953e2089af2546dfd153ece775017bfaa5ba42442d6b7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 294d9fd448acfe08689953e2089af2546dfd153ece775017bfaa5ba42442d6b7, en de alinea staat in dat document op bytes 12593 tot 13302.