Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 augustus 2002

Alinea 16 Parket bij de Hoge Raad 6 augustus 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 augustus 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE6175.

7. Een dergelijke uitbreiding van de mogelijkheden tot intrekking van het beroep zou ook passen bij het streven de werkbelasting van de strafkamer van de Hoge Raad zoveel mogelijk te beperken. Dit streven is niet gediend bij het voortzetten van zaken hoewel degene die het cassatieberoep heeft ingesteld, zelf verklaart geen belang meer te hebben bij een behandeling van zijn zaak. Het voorkómen van onnodig werk prevaleert inmiddels boven de - of is gelijk te stellen met de - tijdens de parlementaire voorbereiding van art. 453 Sv benadrukte 'eerbied aan den rechterlijke macht verschuldigt' waarmee, zo werd destijds aangenomen, niet zou overeenstemmen dat de verdachte onmiddellijk na het uitroepen der zaak het beroep zou intrekken (J. de Hullu, Over rechtsmiddelen in strafzaken, diss. Groningen 1989, blz. 358-359).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3f23edda289d98a8bdd164398436c645c5fb288b2cd942cb2738250ca5feed6f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3f23edda289d98a8bdd164398436c645c5fb288b2cd942cb2738250ca5feed6f, en de alinea staat in dat document op bytes 9357 tot 10193.